Landelijke Studentenvakbond

Extra studiekosten & selectiekosten

In beginsel mag een onderwijsinstelling geen kosten in rekening brengen naast het collegegeld. Toch betalen bijna alle studenten veel extra studiekosten. Denk hierbij aan kosten voor verplichte excursies, studieboeken, readers, een rekenmachine, studiemateriaal, kosten voor audities of studiekeuze activiteiten. In de wet zijn er grenzen gesteld aan de mogelijkheid om extra studiekosten te vragen. Helaas houden onderwijsinstellingen zich niet altijd aan deze regels. Onderwijsinstellingen vragen massaal onwettige extra kosten. Op deze pagina vind je informatie over de kosten die onderwijsinstellingen al dan niet van jou mogen vragen.

De wet maakt onderscheid tussen twee soorten extra kosten die naast de collegegeldverplichting van studenten worden gevorderd. Ten eerste stelt de wet regels over het vragen van extra studiekosten. Dit zijn kosten voor zaken die verplicht zijn om een onderwijstraject met succes af te ronden. Daarnaast zijn er regels omtrent het vragen van kosten die samenhangen met de inschrijving: zogenoemde selectiekosten. De regels over deze twee soorten kosten worden hieronder uitgewerkt.

Wij zijn momenteel met de universiteiten, hogescholen en het ministerie in overleg om te regelen dat deze onwettige praktijken zo snel mogelijk stoppen. Denk jij dat jouw instelling ook onwettige extra kosten van jou vraagt, neem dan contact met ons op via onze Studentenlijn.

Studiekosten

Verplichte kosten voor benodigdheden om een onderwijstraject met succes af te ronden, zijn bij wet verboden, tenzij de opleiding een gratis alternatief biedt. Instellingen voor klein, residentieel onderwijs, voor fixusopleidingen en voor opleidingen met aanvullende eisen mogen sinds 2013 een bijdrage vragen voor deze opleiding. In principe is het zo dat er twee aspecten bepalend zijn voor het wel of niet kunnen verplichten van extra studiekosten, namelijk: (a) de aard van de opleiding en (b) of de kosten rechtstreeks voortvloeien uit de wettelijke taak van de instelling. Een voorbeeld: een lerarenopleidingen voor lichamelijke opvoeding mag geen extra kosten in rekening brengen voor het gebruik van de sportfaciliteiten, terwijl andere opleidingen dit wel mogen doen.

Gratis alternatief voor extra studiekosten

Als student heb je na je inschrijving dus recht op voorzieningen. Dit betekent in principe dat je als student geen extra kosten hoeft te maken om het studieprogramma met succes af te ronden. Als een onderwijsinstelling wel kosten in rekening brengt voor verplichte activiteiten of materialen die je nodig hebt om je opleiding met succes af te ronden, moet de opleiding een gratis alternatief bieden. Indien je opleiding geen gratis alternatief biedt, zijn de extra gevraagde kosten onwettig op grond van art. 7.50 lid 1 WHW. Deze categorie extra kosten is zeer ruim. Denk aan: excursiegeld voor verplichte excursies, kosten voor inzien van een tentamen, kosten voor inschrijving van een tentamen, kosten voor verplichte studieboeken of ander verplicht lesmateriaal, gastcolleges, extra kosten i.v.m. stage. Een voorbeeld: een opleiding mag jou niet vragen een boek of artikel te kopen tenzij deze gratis beschikbaar is in de bibliotheek (of een gratis download wordt geboden). Hierbij hoeft het niet eens zo te zijn dat er voldoende exemplaren aanwezig zijn in de bibliotheek, maar er moet er minstens één aanwezig zijn. Deze regel gaat niét op, als het niet mogelijk is om dit van een verplicht kostenloze alternatief voor extra studiekosten te bieden.

In het geval van excursies moet er een vervangende (papieren) opdracht worden geboden of een stage als kosteloos alternatief. Mocht de excursie niet vervangbaar zijn dan mag er alleen een bijdrage worden gevraagd voor de reis- en verblijfkosten van de student.

LET OP: Dit mag alleen in uitzonderlijke gevallen, waarbij het absoluut noodzakelijk is dat de student de excursie volgt. Dit kan bijvoorbeeld zijn voor een excursie naar Egypte in het kader van een studie Egyptologie.

Hieronder hebben wij een lijst opgesteld met zaken waar wel of geen extra bijdrage voor mag worden gevraagd. Dit is afgeleid van een brief van de Minister van OCW.

Wanneer mag er géén extra bijdrage voor studiekosten worden gevraagd?

  • Voor het mogen volgen van onderwijs
  • Toegang en exploitatie tot gebouwen en verzamelingen
  • Gebruik maken van studentvoorzieningen (zoals studentpsychologen en computerfaciliteiten)
  • Scriptie- en studiebegeleiding
  • Administratiekosten (ook voor de inschrijving)
  • Uitgifte collegekaarten
  • Getuigschriften en deurpassen
  • Matching en voorlichting
  • Studiegidsen (tenzij deze informatie tevens gratis te verkrijgen is)
  • Mentormiddagen
  • Het verzorgen van (interactieve) vormen waarmee studenten aan de slag gaan met de studiestof (tenzij dit geen onderdeel is van de opleiding)
  • Deelname aan de studentenraad
  • Werving van stageplaatsen
  • Afnemen van tentamens (tenzij niet aan de inschrijfprocedure is voldaan)
  • Hulpmiddelen voor tentamens

Wanneer mag er wél een extra bijdrage voor studiekosten worden gevraagd?

  • Het te laat inschrijven voor tentamens (maximaal €20,-)
  • Festiviteiten
  • Het fonds studentenbelangen
  • Het faciliteitenfonds
  • Gastsprekers
  • Sportdagen
  • Koffie, thee en andere kantineproducten
  • Kopieer- en printkosten
  • Verzekeringen
  • Waarborgsommen
  • Het studentenpastoraat
  • Deelname aan een summer school
  • Introductiedagen
  • Sportfaciliteiten (sportopleidingen uitgezonderd)
  • Sportactiviteiten
  • Vaarbewijzen (in het geval van Maritieme opleidingen)
  • Vaccinaties voor stageplekken

Voor zover instellingen een eigen bijdrage mogen vragen is het de verantwoordelijkheid van het instellingsbestuur om dit te doen binnen de grenzen van de wet- en regelgeving. De wet schrijft ook voor dat de kosten die gevraagd worden “qua hoogte redelijk en billijk” zijn. De kosten mogen maximaal kostendekkend zijn. De instelling is er ook voor verantwoordelijk dat de (aankomende) studenten duidelijk en tijdig op de hoogte worden gesteld van de extra kosten. Daarnaast “ligt het in de rede” dat instellingen financiële ondersteuning bieden indien studenten de eigen bijdrage niet kunnen betalen.

Selectiekosten

Voor je inschrijving aan een onderwijsinstelling geldt als uitgangspunt, dat de inschrijving niet afhankelijk mag worden gesteld van een andere geldelijke bijdrage dan het collegegeld. Hierop kan met een algemene maatregel van bestuur echter een uitzondering worden gemaakt, zodat er toch kosten in rekening gebracht mogen worden bij een inschrijving. In juli 2018 verscheen er dan ook een Kamerbrief van de Minister van OCW. Hierin heeft de Minister besloten, dat:

    • Kosten voor gestandaardiseerde toetsen (GMAT, IELTS/TOEFL) niét aan studenten in rekening worden gebracht. Als je voor de selectieprocedure van een opleiding dus een gestandaardiseerde toets moet doen, mogen de kosten hiervan niet op jou worden verhaald. Neem voor vragen over deze regel contact op met onze Studentenlijn;
    • De kosten voor een Verklaring omtrent gedrag (VOG) als aanvullend vereiste voor de selectieprocedure van een lerarenopleiding, mogen wél voor rekening van de student komen;
    • De student moet ook de kosten voor een sportmedisch advies als vereiste voor een (sport)opleiding zelf betalen;
    • De student dient ook de kosten te dragen voor zogenaamde ‘Colloquium doctum & sufficiëntie- en deficiëntietoetsen’. Dat zijn toetsen waarmee je voor een bachelor- of masterselectieprocedure kunt aantonen dat je wel aan op het juiste niveau bent, terwijl je niet aan de vooropleidingseisen voldoet;
    • Van studenten met een buitenlands diploma mag een ‘handling fee’ worden gevraagd wanneer zij niét aantoonbaar voldoen aan de kennisvereisten om te mogen beginnen aan een opleiding.

Als er kosten in rekening worden gebracht en dit vormt een daadwerkelijk financieel probleem voor de aspirant-student, dan dient de onderwijsinstelling daarvoor een voorziening te treffen.  

Vragen?

Heb je vragen over extra studie- of selectiekosten of een andere vraag over je studie? Neem dan contact op met de Studentenlijn van de LSVb.