Inspectie: toename kansenongelijkheid, internationalisering en selectie

Nieuwsbericht - maandag 16 april 2018

In haar jaarlijkse onderzoeksrapport De Staat van het Onderwijs rapporteert de inspectie van het Onderwijs over brede ontwikkelingen in het onderwijs; niet alleen het primair, voortgezet en speciaal onderwijs, maar ook het middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs worden onder de loep genomen.
Wat schrijft de inspectie over de stand van zaken op hogescholen en universiteiten?

Kansenongelijkheid

Uit het rapport blijkt dat je afkomst nog steeds van invloed is op je kansen in het hoger onderwijs. De inspectie stelt dat ‘in het Nederlands onderwijs bubbels van gelijkgestemden ontstaan waar leerlingen nauwelijks uitkomen’. Exemplarisch hiervoor is het percentage jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond dat doorstroomt naar de universiteit. Waar in het vwo 23% van de leerlingen een niet-westerse migratieachtergrond heeft, is dat op de universiteit nog maar 14%. Op het hbo is dit percentage ook slechts 17%. Tevens zijn studenten met laagopgeleide ouders nog altijd ondervertegenwoordigd op de hogescholen en universiteiten. Daarmee staat dit onderzoeksrapport in lijn met de vele onderzoeken naar het leenstelsel, onderwijsvormen, bindend studieadvies en selectie, waaruit telkens blijkt dat studenten met bepaalde achtergrondkenmerken vaker uitvallen of niet doorstromen. Het hoger onderwijs is hiermee geen afspiegeling van de maatschappij; op dit gebied is er nog heel veel werk te verrichten.

Internationalisering

Het aantal internationale studenten neemt nog altijd fors toe. Met name op de universiteiten steeg het aantal sterk. In 11 jaar is dat aantal bijna verdrievoudigd; van ruim 7.100 in 2007 naar bijna 21.000 in 2016. Internationale studenten zijn, naar de definitie van de inspectie, studenten zonder de Nederlandse nationaliteit én zonder een in Nederland behaald mbo-, havo- of vwo-diploma. De instroom bij de wo-masters bestaat nu voor 28% uit internationale studenten. In deze context is het goed te begrijpen dat een grote meerderheid van de universitaire masteropleidingen geheel in het Engels wordt gegeven; 74% van alle universitaire masteropleidingen wordt nu geheel in het Engels gegeven. Voor hbo-masters is dat aantal 25%.

Een van de uitdagingen met betrekking tot internationalisering ligt bij het opnemen van internationale studenten in het studentenleven in Nederland. Om de beoogde kruisbestuiving in een diverse studentpopulatie te waarborgen, moet voldoende ruimte zijn voor initiateven die Nederlandse en internationale studenten samenbrengt. Daarnaast moeten er voldoende mogelijkheden zijn voor internationale studenten uit verschillende milieus om in Nederland te studeren; het mag niet zo zijn dat alleen internationale studenten met een dikke portemonnee naar Nederland kunnen komen om te studeren.

Selectie

Uit het onderzoeksrapport blijkt dat het aantal selectieve masteropleiding sterk toeneemt; waar in 2016 nog 1 op de 5 masters een selectieprocedure hanteerde, was dat in 2017 al 1 op de 3. Als we hier de opleidingen die alleen studenten van buiten de eigen instelling selecteren bij optellen, komt dat aantal uit op bijna 40%. Behalve dat de inspectie meldt dat er nog een hoop onduidelijkheid bestaat omtrent het begrip ‘selectie’, is het tevens maar de vraag of selectieprocedures het doel dienen waar ze voor zijn ingesteld. De student wordt namelijk primair beoordeeld op hoe handig hij of zij door een selectieprocedure komt. De politiek zal erover moeten waken dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs niet verder in gevaar komt.