Landelijke Studentenvakbond

‘Sociaal’ leenstelsel privatiseert onderwijs

Opinie - dinsdag 12 februari 2013
Dit is een oud artikel, mogelijk is de inhoud verouderd.

Onder het motto ‘studeren is investeren’ probeert het kabinet het gedeeltelijke privatiseren van het onderwijs te verkopen als sociaal beleid. Bovendien is het, door een forse daling van het aantal studenten, een doemscenario voor de kenniseconomie.

Door de basisbeurs en de ov-jaarkaart af te schaffen zal de overheid zelf minder investeren in toegankelijkheid van het onderwijs. Vanaf 2017 komt er dan langzaam geld vrij voor de kwaliteit van het onderwijs. Kortom de student van vandaag en de afgestuurde van morgen moeten de rekening betalen voor jarenlange onderbestedingen in het onderwijs.

Wat zijn de effecten op het inkomen van deze groep? Het is redelijk om aan te nemen dat de meeste studenten hun inkomensval van 20 tot 40% zullen compenseren met een lening. Volgens onze berekeningen gaat de gemiddelde afgestudeerde er straks tussen de € 70 en € 97 per maand op achteruit. Dit betekent een kostenpost van € 12.700 tot € 17.500 voor starters met een diploma.

Dat is evenveel als een nieuwe auto of een behoorlijk deel van een starterswoning. Dit zijn slechts de extra bedragen: een uitwonende student die zijn hele studie leent, is straks ongeveer € 340 per maand kwijt aan het afbetalen van zijn studielening. Tel daar de kosten van kinderen, de auto, de hypotheek en natuurlijk de zorgverzekering nog maar bij op.

Het CPB heeft berekend dat slechts een heel klein deel van de studenten zal uitvallen. Maar hoeveel duidelijkheid bieden deze cijfers? Het CPB berekent alleen de effecten van de afschaffing van de thuiswonende beurs. Zij gaat er ten onrechte vanuit dat alle studenten thuis blijven wonen om kosten te sparen. Bovendien heeft zij de rentekosten en de kosten van de ov-jaarkaart niet meegerekend. In een berekening met dezelfde aannames als het CPB voorspellen wij een doemscenario voor de kenniseconomie: de studentenpopulatie kan met 7 % tot maximaal 10 % afnemen.

Het kabinet geeft het tegenargument: iemand met een diploma op zak verdient 1,5 tot 2 keer zoveel als iemand zonder diploma. Maar het gaat hier om gemiddelden: een verpleegkundige wordt harder geraakt dan een manager. Bovendien weten we nog niet of de ‘diplomabonus’ zo groot blijft als straks 50% van de arbeidsmarkt hoog opgeleid is. Toch gaat iedere student er op een gelijke manier op achteruit. Is het voorstel wel zo goed doorgerekend? En willen we deze beroepen echt ontmoedigen voor de komende generaties?

Bovendien is het afschaffen van de basisbeurs vooral pijnlijk voor de student aan de onderkant van de onderwijspiramide. Het voorstel geldt voor de hele linie, zonder rekening te houden met achtergrond.

De afgelopen jaren zijn juist wat kansen geboden voor jongeren die zich vanuit het mbo kunnen optrekken. Zo is er bijvoorbeeld de ‘associate degree’ gecreëerd waarin studenten een echt hbo-diploma kunnen halen. Het kabinet moet deze kwetsbare groepen compenseren.

Het voorstel van het kabinet heeft weinig met sociale idealen te maken. Het gaat VVD en PvdA vooral om een gedeeltelijke privatisering van het hoger onderwijs. Het voorstel hevelt € 1,2 mrd over van burgers naar het hoger onderwijs. Het Kamerdebat woensdag zou dus ook moeten gaan over de wenselijkheid van weer een nieuwe privatiseringsronde in de publieke sector.


Gerelateerd