Terwijl de mogelijke afschaffing van studiefinanciering en de verhoging van het collegegeld veel studenten doet overwegen om een volledige studie in het buitenland te gaan volgen, geven wij nog tips voor de studenten voor wie een uitwisseling alleen ook genoeg is. Studeren in het buitenland levert je op persoonlijk vlak een onvergetelijke ervaring op en het maakt je op de arbeidsmarkt een stuk aantrekkelijker. Laat je dan ook nergens door weerhouden, maar regel het wel op tijd. Een goede voorbereiding voor een uitwisseling begint ruim een jaar van te voren.
Door Petra Modderkolk, lid van de onafhankelijke LSVb-webredactie
De voorbereiding begint met het oriënteren op de mogelijkheden, waarvoor je je het beste kan wenden tot het bureau buitenland van je universiteit of hogeschool. Daar kan iemand je vertellen met welke instellingen in het buitenland jouw thuisinstelling uitwisselingsovereenkomsten heeft gesloten. Ook de website van
het Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs, kan je verder helpen.
De makkelijkste manier om naar het buitenland te gaan is met een uitwisselingsprogramma. Groot voordeel van een uitwisselingsprogramma is dat er al veel geregeld is en dat je wordt vrijgesteld van collegegeld aan de gastinstelling. Meestal gaat het progamma gepaard met een beurs, zoals de Erasmusbeurs (250 euro per maand) voor landen binnen Europa en Fullbright (ruim 9000 euro in totaal) voor de Verenigde Staten.
Als je naar een universiteit of hogeschool wilt waar jouw instelling geen overeenkomst mee heeft gesloten, moet je bij de instelling van je keuze nagaan welke procedures deze hanteert. Waarschijnlijk zul je dan wel aan aanvullende eisen moeten voldoen, terwijl bijvoorbeeld het Erasmusprogramma voor iedereen met een propedeuse toegankelijk is. Ook als je je verblijf in het buitenland helemaal zelf regelt, of als je pas na het behalen van je bul naar het buitenland wilt, bestaan er beursmogelijkheden. Kijk op
Beursopener om te zien voor welke beurs(en) je in aanmerking komt.
Behalve een eventuele beurs, gaat je studiefinanciering gewoon mee en daar komt nog eens 83 euro bovenop als je bij de
Dienst Uitvoering Onderwijs (voorheen IB-Groep) een vergoeding voor je ov-kaart aanvraagt.
Je doet er verstandig aan ook contact op te nemen met de studieadviseur. Met hem/haar bespreek je welke vakken je in het buitenland volgt en welke vakken deze vervangen. Zo voorkom je studievertraging. Zorg ervoor dat je duidelijke afspraken maakt over de erkenning van studiepunten behaald in het buitenland. Zeker als je naar een land gaat waar niet met ECTS wordt gewerkt, moet je van te voren afspreken hoe zwaar de buitenlandse studiepunten tellen.
Om je voor te bereiden op een vreemde taal, kun je thuis alvast een cursus volgen, bijvoorbeeld aan het taleninstituut van je universiteit. Je kunt ook overwegen om een minor te volgen waar je studiepunten voor kunt krijgen. En meestal biedt de gastuniversiteit ook cursussen aan voor buitenlandse studenten. Wil je thuis alvast oefenen met spreken, dan is het een leuk idee om een taalduo te maken. Vraag eens na bij buitenlandse studenten of iemand met je wil oefenen. Als je in de buurt van Amsterdam woont of studeert kun je op het
forum student-language-exchange een oproep doen om een bepaalde taal te oefenen met een native-speaker. Zelf biedt je dan jouw Nederlands aan of een andere taal die je vloeiend spreekt.
Als je een bijbaantje wilt in het buitenland, kun je daar het beste ter plaatse achteraan gaan. Een tip voor letterenstudenten is het student-assistentinitiatief van de Nederlandse Taalunie. Er zijn, vooral binnen Europa, universiteiten met een afdeling Nederlands waar je als Nederlandse student ondersteuning kan bieden. Op de website van
de Nederlandse Taalunie vind je de betreffende universiteiten en informatie over hoe je je kandidaat kan stellen.
Als het vertrek nog maar een paar maanden op zich laat wachten, staan dingen zoals huisvesting en verzekeringen op de lijst. Let erop dat de meeste doorlopende reisverzekeringen slechts vergoeden als je niet langer dan 30 of 60 dagen aaneengesloten in het buitenland verblijft. Huisvesting is per land verschillend geregeld, maar informatie erover kan je zeker bij de gastinstelling krijgen. En om een begin te maken met je sociale leven in het buitenland, meld je je aan bij een organisatie voor buitenlandse studenten, zoals
het Erasmus Student Network. Tot slot: vergeet vooral niet te dromen, dan ga je een geweldige tijd tegemoet.