LSVb borreldebat: consumeren en debatteren

nieuws | 16-03-2010

In de gezellige bovenzaal van Café Luden in Den Haag verzamelen studenten, journalisten, politieke prominenten en verschillende experts uit het hoger onderwijs zich voor het LSVb-borreldebat. Een paar weken na de val van het Kabinet staat één vraag centraal: hoe moet het na de verkiezingen verder met het hoger onderwijs in Nederland?

 
Door Loes van Suijlekom, lid van de onafhankelijke LSVb-webredactie. Foto's door Yorick Bleijenberg.


Deze vraag wordt besproken aan de hand van de stelling: ‘Studeren is meer dan consumeren’. Op deze avond blijkt echter dat consumeren wel degelijk samen kan gaan met debatteren. Met een drankje in de hand, op kosten van de LSVb, kijken consumerende studenten toe hoe het debat zich ontvouwt.

Onder leiding van Youssef Oualhadj en Nina van den Dungen buigt het eerste panel zich over de vraag of toetsvormen een belangrijke rol kunnen spelen in het activeren van studenten. Het merendeel is het erover eens dat meerkeuzetoetsen niet toereikend zijn en aangevuld moet worden met andere toetsvormen. Ook vanuit het politieke reactiepanel pleit Jasper van Dijk (SP) voor een diversiteit aan toetsvormen: ‘hoewel ik als student voorstander was van multiple choice is het eigenlijk een vorm van productiewerk’. Professor Henning, voorzitter van de Landelijke Interuniversitaire Voortgangstoets voor Geneeskundestudenten, merkt op dat goed toetsen duur is; ‘er moeten dus prioriteiten worden gesteld’. De voortgangstoets voor de opleiding geneeskunde wordt aan duizenden studenten per jaar gegeven en is dan ook meerkeuze. In de opleiding wordt er echter ook op andere manieren getoetst. De heer Schmidt, rector magnificus van de Erasmus Universiteit, vindt echter niet dat er meer geld moet worden gestoken in het beter maken van toetsen, maar in het aanbieden van kleinschalig en motiverend onderwijs. Daarom is hij een voorstander van het belonen van studenten die actief deelnemen aan een werkgroep door middel van een cijfer. Op de Erasmus Universiteit is er daarnaast ook 100% participatieplicht. Gerard Oosterwijk, voorzitter van de LSVb, vindt dat te kort door de bocht: ‘Er is een verschil tussen participatie op papier en daadwerkelijk actieve deelname.’ Hij wijst op het feit dat studenten die de stof goed voorbereiden niet automatisch degenen zijn die het meest inbrengen tijdens de les.

Na de eerste debatronde is het tijd voor de voormalig Minister van Onderwijs om het woord te nemen. De verwachtingen zijn hooggespannen. Nu Ronald Plasterk geen minister meer is zou hij in zijn gesproken ‘column’ immers vrijuit kunnen spreken. Dit valt echter tegen. Plasterk maakt als een echte politicus duidelijk dat hij als kandidaatslid van de PvdA niet zomaar alles kan zeggen. Hij stipt vervolgens wel een paar zaken aan die volgens hem de aandacht verdienen. Zo pleit Plasterk voor het verhogen van de studie-intensiteit, meer contacturen en motiverend onderwijs: ‘no-one rises to low expectations.’ Daarnaast moet de toegankelijkheid van het hoger onderwijs niet inkomensafhankelijk zijn. De voormalig Minister van Onderwijs durft zich naar aanleiding van zijn column uiteindelijk ook te binden aan een toezegging: opbrengsten uit eventuele wijzigingen in het studiefinancieringstelsel moeten terugvloeien naar het onderwijs. De debatleidster springt handig op deze uitspraak in en vraagt of studenten Plasterk hieraan mogen houden wanneer hij opnieuw Minister van Onderwijs zou worden. Hierop antwoordt de politicus in de woorden van zijn ex-collega Jan-Peter Balkenende: ‘laat ik daar maar eens ja op zeggen.’

Uit het praatje van Plasterk blijkt dat hij zijn karwei als minister graag had willen afmaken. Hij benadrukt dat het kabinet niet is gevallen over zijn beleid in het hoger onderwijs. Het is daarom jammer dat de minister na het uitspreken van zijn column Café Luden snel verlaat. Wanneer hij langer was gebleven, had hij misschien nog wat kunnen opsteken van de ideeën die in de tweede debatronde de revue passeren. Een vers debatpanel buigt zich dan namelijk over de vraag of studentgericht onderwijs de studieprestaties kan verbeteren.

De Vrije Universiteit Amsterdam heeft bij het vak Bestuursrecht gekozen voor een studentgerichte benadering door studenten de keuze te bieden uit drie werkgroepen met verschillende niveaus. De toetsing is hetzelfde maar het niveau van het onderwijs en de participatiegraad verschilt per groep. Zo kunnen studenten zelf kiezen met welke insteek ze het vak willen volgen. Simon Douw heeft het vak gevolgd en is heel enthousiast over deze insteek. Aan de universiteit van Professor Wubbels (UU) heeft een soortgelijke aanpak op de faculteit Sociale Wetenschappen echter niet gewerkt: studenten werden niet evenredig verdeeld over de verschillende werkgroepen en niveaus.

Op deze manier blijft de kleinschaligheid van de werkgroepen niet behouden. Ron Bormans, voorzitter van het College van Bestuur van de HAN maakt zich zorgen over de toenemende massaliteit in het hoger onderwijs. Als lid van de Commissie Veerman moet Bormans echter wel op zijn woorden letten. Deze commissie buigt zich op dit moment over de vraag hoe een toenemend aantal studenten in het hoger onderwijs in de toekomst betaalbaar kan blijven voor de overheid. De persoonlijke opvatting van Bormans is dat ‘we niet moeten proberen iedereen massaal in het hbo te krijgen. Mbo 3/4 zijn prima kwalificaties.’ Binnenkort zal de Commissie Veerman haar advies presenteren. Een ding is zeker: de inhoud van het rapport zal genoeg stof geven voor een volgend LSVb-borreldebat.

Bookmark and Share

POLL

In het OV is mijn chipkaart